Zwolle: een samenspel van oud en nieuw

Zwolle: een samenspel van oud en nieuw

Zwolle is voor mij altijd een vreemde stad geweest. Hoewel ik in de stad studeer, heb ik nooit de tijd genomen om de stad echt te leren kennen. Als ik buiten mijn woonplaats Groningen naar een grote stad wilde, ging ik wel naar Amsterdam, Utrecht of Den Haag. Toch heeft het altijd aan me geknaagd dat ik de stad nooit een kans heb gegeven, en zodoende zette ik een plan uit voor een dag Zwolle. Ochtend, middag en avond: dit was mijn dag in de Hanzestad.

Ochtend

Wanneer ik het station van Zwolle uitloop, is mijn eerste indruk niet bepaald om over naar huis te schrijven. Sinds twee weken is het Stationsplein van Zwolle volledig op de schop gegaan, om ondergronds een reusachtige fietskelder te bouwen waar vanaf 2020 plek geboden moet worden voor ruim vijfduizend fietsen. Volgens de plannen wordt ook het plein erboven opnieuw ingericht, waardoor het Stationsplein een groen en ruimtelijk entree moet bieden tot de stad. Voor nu is het vooral een grote zandbak, met een graafmachine in het midden.

Als ik de hekkenmassa voorbij ben, loop ik vanaf het station de stad in via de Zeven Alleetjes, een straat die zijn naam mogelijk te danken heeft aan het landgebied van een oud nonnenklooster dat weeskinderen verzorgde. Doordat in het gebied zeven steegjes samenkwamen, waaronder de naastgelegen Tuin-, Herten- en Venestraat, zou de straat aan zijn naam zijn gekomen. Het is echter ook mogelijk dat de naam afgeleid is van de zeven rijen lindes waar je vroeger onder doorwandelde in de tijd dat er nog verdedigingswerken rondom de stad gelegen waren. De straat staat vol historische gebouwen die inmiddels bedrijfspanden zijn geworden, of voor de zeer gelukkigen: hun huis.

Aan het einde van de straat bereik ik de stadsgracht, en bevind me daarmee plotseling in een oase van groen. De vele parken met onaangetaste natuur maakten Zwolle in 2004 en 2005 tot de groenste stad van Nederland, waarbij het in 2006 zelfs verkozen werd tot de groenste stad van Europa. Het is duidelijk dat Zwolle die status heeft willen behouden, want het groen rondom de stadsgracht lijkt het jaar rond door een tuinier te zijn onderhouden.

De Sassenpoort

Vanaf hier zie ik in de verte de Sassenpoort. Deze oude stadspoort, die in 1409 gebouwd werd, is een van de best bewaarde monumenten van Zwolle. De poort werd gebouwd als onderdeel van de stadsverdedigingswerken en is nog de enige overgebleven poort uit de ommuring van de stad. De grote omvang van de poort diende niet alleen als symbool voor de rijkdom van Zwolle, maar ook zodat karren vol munitie onder de poort konden staan. Dit in het geval dat vijanden uit het naastgelegen Kampen de stad probeerden te belegeren. Nog altijd hebben de Zwollenaren hun bijnaam te danken aan de rivaliteit tussen de twee steden. Zo bood Zwolle in een periode van gewapende vrede het klokkenspel uit de grote toren te koop aan, waarbij de Kampenaren het bedrag in muntstukken naar eigen keuze mochten uitbetalen. Zo kwam op een dag een wagen vol zakken koperen munten de stad binnenrijden, en hadden de Zwollenaren na het tellen van alle munten pijn aan de vingers gekregen. Vandaar de bijnaam, die inmiddels met eer gedragen wordt: de Blauwvingers.

Wanneer ik onder de Sassenpoort doorloop, betreed ik de historische binnenstad van Zwolle. In niets lijken de voorstraten van de stad op andere steden in Nederland. Terwijl ik door de Sassenstraat loop is het alsof ik me waan in een middeleeuwse stad, met pittoreske smalle steegjes en huizen met klassieke gevels. Deze fantasie komt echter abrupt tot einde als ik boven de deur van de in 1309 gebouwde Bethlehemkerk in moderne letters de woorden “Blue Sakura – Japanese Sushi & Grill” lees. Er zijn in Zwolle vermoedelijk te veel historische monumenten om in hun oorspronkelijke vorm te behouden; dit is een van de compromissen.

Aan het einde van de Sassenstraat loop ik tegen de Grote Kerk aan, dat mede door zijn statuur het centrale punt van de stad vertegenwoordigt. De kerk, die een eeuw later dan de Bethlehemkerk gestalte kreeg, kijkt uit over de Grote Markt. Eveneens is hier, met uitzondering van het fel bekritiseerde groen glazen standbeeld van de beschermengel Michaël, de klassieke stijl behouden. Vanaf het plein zie ik boven de daken van de gezellige terrasjes een hoge toren uitsteken. Ik loop de Ossenmarkt uit en vind daar de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming, met daarnaast de Onze Lieve Vrouwetoren, oftewel de Peperbus. Met een hoogte van 75 meter is de toren, die zijn naam dankt aan de vorm van een oude peperbus, vanaf veel plekken in Zwolle te zien. Het monument is te beklimmen tot de eerste omgang, waarbij je op een hoogte van 51 meter over de stad uit kunt kijken.

Voordat ik verder loop naar het noorden van de stad stop ik eerst voor een broodje bij De Stadsbakker. Bij deze rustieke bakkerij op de Blijmarkt vind je ambachtelijk Zwolsch brood. Ik nam een belegd broodje met humus, tomaat, parmaham en rucola en proefde waarom de Stadsbakker in 2013 van de inmiddels gestopte gids “Bakker met Ster” het hoogst haalbare aantal van drie sterren kreeg voor hun ambachtelijke broden. Het broodje was net als het beleg kraakvers en de service was snel en vriendelijk; een aanrader.

Middag

Vanaf de bakkerij loop ik omhoog richting het Noordereiland. Dit deel lag tot het einde van de zestiende eeuw buiten de stad, maar dat veranderde toen de middeleeuwse verdedigingswerken werden vervangen en er op de plek van het huidige Noordereiland drie bastions kwamen. Deze bleven twee eeuwen staan, waarna er op dezelfde plek onder andere plaats werd gemaakt voor een gasfabriek, een ijzergieterij en een ambachtsschool. Inmiddels doet het eiland dienst als parkeerplaats voor de bezoekers van de naastgelegen theaterzaal De Spiegel, dat in 2006 werd geopend. Tegenover het theater, aan de centrumkant van de stad, vind je De Librije. Al jaren staat het restaurant bekend als een van de beste van Nederland, en heeft dan ook al sinds 2004, samen met slechts twee andere restaurants in Nederland, drie Michelinsterren.

Ik steek de brug over van de Achtergracht, en pak vanaf het winkelcentrum Diezerpoort de bus richting het industriegebied ten noordoosten van de stad. Hier vind je naast de “usual suspects” IKEA en McDonalds, ook het stadion van eredivisionist PEC Zwolle en de thuisbasis van basketbalvereniging Landstede. Ik kom echter voor iets anders. Mijn bestemming voor deze middag is namelijk het Bonami Spelcomputermuseum. Ondanks het zielloze uiterlijk van het industriële pand, ademt de ruimte bij binnenkomst een onmiskenbaar gevoel van nostalgie. Ik word geholpen door een vrouw van middelbare leeftijd die mij in niet meer dan dertig seconden, alsof ik geen tijd te verliezen heb, uitlegt welke route ik het beste kan nemen om aan dit avontuur te beginnen. Zodra ik de hal binnenloop en de eerste computer aanschouw, een Lorenz Teleprinter uit 1955, merk ik dat hier meer te zien is dan alleen oude spelcomputers.

De hele geschiedenis van de computer is hier in groten getale uitgestald, en ik weet door de weelde aan oude machines eigenlijk niet zo goed waar ik moet kijken. Ik loop langs de tijdlijn voorbij de eerste computers van Philips, gigantische bakbeesten met het geheugen dat inmiddels past in een chip ter grootte van je pink. Daarna langs de eerste computers met zowaar een beeldscherm, totdat je uiteindelijk aankomt bij de eerste échte spelcomputer: de Atari 2600, met daarop uitsluitend het spelletje Pong. Vanaf daar merk je dat de markt een grote vlucht neemt en worden het aantal pixels met het jaar verdubbeld. Van de Gameboy naar de Nintendo 3DS, en van de Playstation 1 naar Playstation 4: in het museum wordt het duidelijk hoe snel de ontwikkeling van technologie is gegaan in de afgelopen decennia. Als je uitgekeken bent op de uitgebreide spelcomputer-geschiedenis, mag je losgaan in de arcadehal waar je gratis toegang hebt tot een rijkdom aan oude retrospellen. Ik herontdek het verslavende effect van Pinball en speel een potje Daytona Racing met een oudere vrouw die hier zogenaamd voor haar kleinkinderen is.

Terug in de stad baan ik me een weg naar Dogtails. Op het Gasthuisplein staat sinds twee jaar een cocktailbar, die zich daarnaast onderscheidt door hippe hotdogs. Ik kom voor het laatstgenoemde en vind op de menukaart verschillende Amerikaans geïnspireerde hotdogs, zoals de Marilyn Monroe met komkommer en sojayoghurt-tijmdressing, of de Plain Jane: ‘zonder fancy shit’. Zelf bestel ik de “JFK” met rode coleslaw, bacon, gefrituurde uienringen en “Jack Daniel’s saus”; hoe Amerikaans wil je het hebben. De hippe hotdog blijkt echter zo hip niet, en is eigenlijk gewoon een broodje worst met verschillende, niet al te vers smakende toppings. Ondanks dat ik hoge verwachtingen had, stelde de ‘hippe hotdog’ een beetje teleur. Ik spoel het weg met een daarentegen voortreffelijk colaatje en maak aanstalten voor het laatste plekje op mijn planning deze middag: Waanders in de Broeren.

Sinds 2013 bevindt deze boekhandel zich in de Broerenkerk in Zwolle, en wordt door vele gezien als een van de mooiste boekwinkels van Nederland. De Broerenkerk, die in is 1465 gesticht, deed eerst een half millennium dienst als kerk, waarna het vanaf 1983 voornamelijk gebruikt werd voor culturele evenementen en exposities. Tot aan de zomer van 2010 had het rijksmonument geen duidelijke functie, totdat boekhandel Waanders zes jaar geleden de kerk na een lang gevecht met het gemeentebestuur overnam. Onder de gewelven van de kerk tref je er nu een aanbod van ruim 1000 vierkante meter aan boeken, tijdschriften en cadeauartikelen. De boekenkerk is heel modern ingericht, en verweeft het nieuwe met het oude door zowel het historische orgel als het moderne glas-in-lood raam te behouden. Met drie verdiepingen aan boeken, een expositieruimte en brasserie Smaak in de Broeren, was je in Waanders alleen al een middag zoet.

Avond

Vanaf de boekenkerk wandel ik een laatste keer richting het centrum van de stad. Op het plein van de Grote Markt bestel ik, met uitzicht op de Grote Kerk, een Peroni bij stadscafé Blij. Het café is gehuisvest in het historische monument gebouw De Harmonie, dat door de jaren heen verschillende functies heeft gekend: van herensociëteit tot hotel en van discotheek tot grand café. Ik neem plaats op het gezellige terras en sla onder het genot van de lage avondzon mijn boek open om bij te komen van een indrukwekkende dag Zwolle.

Als de zon niet langer in zicht is en ik inmiddels barst van de honger, begeef ik me richting de Nieuwe Markt voor een diner bij Brasserie Jansen. De muren van het restaurant staan vol met zwartwit foto’s van klassieke beroemdheden zoals Marilyn Monroe, Frank Sinatra en Dean Martin, en ademt een relaxte en informele sfeer.

Het motto “Eet wanneer je er zin in hebt”, is dan ook zeer toepasselijk, alleen al om het feit dat de brasserie van 10 tot 10 geopend is. De gehele kaart is beschikbaar, dus wie om 11 uur in de ochtend zin heeft in een tiramisu, of om 7 uur ’s avonds in een bakje cornflakes met melk: het kan allemaal. Ikzelf bestel een Affligem Blond met een van de “Jansen’s Classics”: De Brasburger 4.0. Het is een smakelijk einde van een ideale dag Zwolle. Een stad waar op veel gebieden het oude met het nieuwe verweven is, en elkaars schoonheid lijkt te versterken. Zwolle is de perfecte stad om, zonder de drukte van de randstad, te genieten van een fantastisch culinair en cultureel aanbod. Een stad met een rijke historie, maar met een even moderne sfeer. Een unieke samensmelting in een unieke stad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top