De schijnduurzaamheid van bio-afbreekbaar plastic

De schijnduurzaamheid van bio-afbreekbaar plastic

We worden steeds vaker geconfronteerd met de nadelen van plastic voor het milieu. Straten raken steeds meer vervuild, CO2 zorgt voor opwarming van de aarde, en onze zee neigt inmiddels naar een plastic soep. Waar plastic honderd jaar geleden de wereld zou redden, lijkt vandaag de dag hetzelfde materiaal de wereld langzaam kapot te maken. De roep om bescherming van de natuur wordt steeds luider, en voor hen die geld willen verdienen, blijft die roep niet ongehoord. Fabrikanten zien kansen, en komen met allerlei duurzame alternatieven voor het verpakkingsmateriaal. Plastics gemaakt van mais, suikerriet en aardappelen penetreren de markt, onder de noemer van ‘biologisch afbreekbaar plastic’. Een plastic dat afbreekt in de natuur? Het klinkt te mooi om waar te zijn.

En dat is het ook.

Stel: u staat in de supermarkt rustig naar het royale aanbod aan groenten te kijken. Uw oog valt op de vertrouwde paprika, en haar dertien verschillende soorten. U denkt: ‘laat ik wat goodwill tonen voor deze mooie planeet’, en kiest voor de biologische variant. U twijfelt om het feit dat de paprika überhaupt verpakt is, maar gelukkig is het gemaakt van een bio-afbreekbaar soort plastic. Op de verpakking prijkt bovendien een Kiemplantlogo. ‘Het zal wel goed zijn’, denkt u.

Maar dat is het dus niet.

Wanneer u deze biologische paprika thuis ontdoet van zijn verpakking, beginnen de eerste problemen. U wilt de verpakking namelijk weggooien. Maar waar in godsnaam? Gooit u het in de plasticbak? (Het blijft plastic toch?) Gooit u het in de groene bak? (Want het is biologisch afbreekbaar toch?) Of gooi ik het in de grijze bak? (Omdat u simpelweg geen flauw idee heeft wat u moet doen?) Ironisch genoeg maakt het niets uit. Het wordt, ongeacht in welke container je het weggooit, uiteindelijk verbrand.

Maar het was toch composteerbaar?

Inderdaad. Dat is het ook. Maar alleen in een gecontroleerde ruimte met een constante temperatuur van 60 graden en een luchtvochtigheid waar zelfs de Amazone een puntje aan kan zuigen. En om volledig te composteren duurt dit proces niet 1 á 2 weken, wat in Nederland gebruikelijk is bij gft, maar twaalf weken. En dus gaat uw zogenaamd duurzame bio-afbreekbare plastic paprikaverpakking mee met de residustroom, alwaar het uiteindelijk, tezamen met uw oude zeeppompje, de verbrandingsoven in gaat.

Waarom composteren we dan zo kort?

Henk Kostwinder, bedrijfsleider van composteerbedrijf Vagroen, legt uit. ‘Vroeger duurde het composteerproces langer, maar er is nu gewoon veel meer gft-afval. De druk in de fabriek ligt heel hoog. Waar je normaal gesproken drie of vier weken in een gft-cel je compost hebt liggen, zijn er composteringen die hun compost er nu zelfs maar 3 of 4 dagen in hebben liggen. Dan komt het er alweer uit. We geven materialen zoals bio-afbreekbaar plastic dus ook minder kans om te composteren, maar de klant, in ons geval de boer, wil dat plastic er simpelweg niet in hebben.’

Toch ziet Kostwinder dat er bij iedere gft-levering weer plastic bij zit. Bij Vagroen wordt dit plastic via twee afzetkanalen doorgegeven. ‘Eén pluist dat zelf helemaal uit, en haalt daar bruikbare materialen uit voordat het verbrand wordt. De overige delen worden gestort op de stortplaats.’ En wat gebeurt er dan mee? ‘Dan gebeurt er niks. Het wordt in een hoop afval afgedekt en dan ligt het daar de komende 100 jaar niks te doen.’

En de plasticbak dan?

Ook daar hoort bio-afbreekbaar plastic niet thuis. Ten eerste is het aandeel bio-afbreekbaar plastic in vergelijking met recyclebaar plastic zeer klein, waardoor sorteerbedrijven het niet apart houden. Eenmaal aangekomen bij de recycling, moet de recycler harde plastics zoals PP en PE dan alsnog scheiden van het bio-afbreekbare plastic. Het bio-afbreekbare plastic gaat vervolgens naar de residustroom en wordt verbrand. Recyclers hebben er dus alleen extra werk en kosten aan, maar hebben geen opbrengst. Bij de recycling van PET (een doorzichtig, minder sterk plastic) komt bio-afbreekbaar plastic wél in het eindproduct terecht, met storende gevolgen. De kwaliteit van het plastic verslechtert, en er treedt verkleuring op.

Maar het is toch wel plastic?

Hier moet een belangrijk onderscheid gemaakt worden. Naast bio-afbreekbaar plastic is er namelijk nog een soort bioplastic, namelijk biobased plastic. En u dacht dat het weggooien al verwarrend was.

Biobased plastics zijn gemaakt van hernieuwbare, natuurlijke grondstoffen, zoals mais of aardappelen. Maar in tegenstelling tot bio-afbreekbaar plastic kunnen deze grondstoffen bij biobased plastic niet door bacteriën of schimmels worden afgebroken. Hierdoor kan dit plastic gewoon gerecycled worden, en is het product vrijwel identiek aan ‘normaal’ plastic op basis van olie.

Biologisch afbreekbare plastic zijn ook gemaakt van natuurlijke grondstoffen (mais, suikerbiet, suikerriet) maar kunnen wél door schimmels en bacteriën worden afgebroken. Bio-afbreekbaar plastic valt daarom onder de Europese norm EN 13432. Die stelt dat het materiaal binnen 12 weken in een industriële composteringsinstallatie voor minstens 90 procent moet zijn afgebroken tot plasticdeeltjes niet groter dan 2 millimeter, binnen zes maanden tot organische stoffen (CO2 en water), en het mag geen schadelijke invloed op de kwaliteit van het compost hebben.

Dus het moet het bij het restafval?

Inderdaad. Ook dit is niet ideaal, maar het levert in ieder geval geen complicaties op zoals bij het PMD of het gft. Samen met de rest van het restafval wordt het bio-afbreekbaar plastic verbrand, en hoewel het misschien niet duurzaam is, wordt er in ieder geval energie opgewekt waarmee huizen verwarmd kunnen worden.

Maar dit is niet alles

Het is namelijk nog maar de vraag of verbranding eigenlijk wel zoveel slechter is dan composteren. Harmen Spek, Innovation & Solutions manager bij Plastic Soup Foundation betwijfelt de toegevoegde waarde van compostering voor het milieu. ‘Verbranding is niet ideaal, want als je het CO2 voordeel van bio-afbreekbare plastics wilt behouden, zou je het eigenlijk eindeloos moeten recyclen; zo blijft het in het materiaal zitten. Maar of je het nu verbrandt of composteert, het CO2 komt toch wel vrij. Het liefst zou ik hebben dat het gecomposteerd zou worden, maar dat het dan ook echt iets toevoegt aan het compost. Het aandeel organische stoffen in het materiaal is nu eenmaal zeer laag, waardoor je eigenlijk alleen water en koolstof aan de grond toevoegt.’

Ook Vereniging Afvalbedrijven, vertegenwoordiger van afvalverwerkers in Nederland, ziet de meerwaarde niet in van het composteren van bio-afbreekbaar plastic. Op hun website zeggen ze het volgende: “Bio-afbreekbaar plastic breekt af tot water en koolstof. Beide dragen niet bij aan het organische stofgehalte van de bodem. Bio-afbreekbaar plastic voegt kortom niets toe aan het compost.”

Bovendien is er volgens Tim Brethouwer, technisch adviseur bij Vereniging Afvalbedrijven, een risico tot verwarring bij de consument. ‘Composteerbare kunststoffen bij het PMD leiden tot vervuiling van de kunststof, en bij het gft leidt het tot insleep. Daarmee bedoelen we dat mensen denken: “Als het composteerbare plastic bij het gft mag, dan mag het fossiele plastic daar vast ook in.” Mensen gaan daardoor spullen door elkaar halen, wat verstorend werkt aan beide kanten van het proces.’

Microplastics

Maar bio-afbreekbaar plastic kent nog een probleem. Want als bio-afbreekbaar plastic na 12 weken voor 90% is afgebroken tot deeltjes niet groter dan 2 millimeter, houd je kleine stukjes plastic over. Joost Lammers, journalist bij NHNieuws, deed onderzoek naar deze microplastics. ‘Ons onderzoek begon een jaar geleden. En eigenlijk bij toeval. Op de Landelijke Compostdag werd in verschillende gemeenten in Noord-Holland compost uitgedeeld. Bewoners die baat hadden bij dit compost, merkten al snel dat er veel plastic in zat. We hebben bij de Universiteit van Wageningen laten onderzoeken wat voor plastics dit precies waren, en kwamen er toen achter dat er naast al het waarneembare plastic, ook nog eens duizenden microplastics in het compost zaten.’ Uit het onderzoek kwam naar voren dat in een kilo van het aangeleverde compost, bijna 4000 microplastic-deeltjes zaten. ‘De herkomst van deze microdeeltjes waren nog niet te achterhalen, maar van de grotere deeltjes werd vastgesteld dat het grootste deel afkomstig was van biologisch-afbreekbaar plastic.’

Steeds meer plastic

Maar het is niet alleen bio-afbreekbaar plastic dat voor verstoring zorgt. Henk Kostwinder van composteerbedrijf Vagroen ziet sowieso steeds meer verontreiniging in het gft-afval terecht komen. ‘Dit heeft er onder andere mee te maken dat heel veel gemeenten een toeslag leggen op het afval dat per kilogram wordt weggegooid of voor het aantal keer dat je container geleegd wordt; de groen container is goedkoper dan de grijze container. En omdat er zoveel gebruik wordt gemaakt van plastic, wordt het dan maar in de groene container gegooid.’ Dit krijgt Kostwinder in zijn compostering, terwijl de norm vanuit afnemers, in zijn geval de boeren, steeds strenger wordt. ‘Wij moeten hier steeds tegenop boksen door met allerlei zeeftechnieken het plastic weer ons compost te krijgen. Dit terwijl de burger veel beter geïnstrueerd zou moeten worden wat in de groene container mag en wat niet.’

Henk Kostwinder denkt echter niet dat het alleen onwetendheid is. Hij denkt dat geld hierbij ook een rol speelt. ‘Stel je voor dat je afval overhebt, de grijze container is vol, en deze wordt pas over 14 dagen geledigd. Wat houdt de gemiddelde burger dan tegen om die vuilniszak in de groene container te gooien? De gemeentes controleren er nauwelijks op als die containers worden opgehaald. Het wordt bij ons in de loods in de ontvangsthal gegooid, en daar moeten wij ons vervolgens mee redden. Er zou aan de voorkant veel meer aandacht moeten zijn voor wat je wel en wat je niet in de groene bak gooit, want er zit gewoon veel te veel plastic in.’

Bio-afbreekbaar plastic vs. recyclebaar plastic

Tim Brethouwer (Vereniging Afvalbedrijven) vraagt zich niet alleen af of de consument het verschil tussen verschillende plastics begrijpt, ook betwijfelt hij überhaupt het nut van bio-afbreekbaar plastic, en of het eigenlijk wel duurzamer is dan fossiel plastic. ‘Een redernatie zou kunnen zijn: de grondstoffen zijn hernieuwbaar, dus het is duurzamer. Maar, wat is het kenmerk van een composteerbaar plastic? Dat het eenmalig gebruikt wordt, single use, want het breekt af. Puur vanuit een LCA (Life Cycle Analysis) benaderd is het maar zeer de vraag of composteerbare plastics wel duurzamer zijn dan fossiele plastics.”

Volgens Brethouwer zijn er twee voorwaarden waaraan een bio-afbreekbaar plastic moet voldoen om nuttig te zijn. Allereerst moet de burger begrijpen waar het weggegooid moet worden. Brethouwer: ‘Snapt de burger, als hij met een composteerbaar vleesbakje in de hand staat, waar hij het moet weggooien? Wij denken van niet. Allereerst gaat de consument meestal voor gemak, maar het zou bovendien een logische keuze van de consument zijn om de verpakking in de plasticbak (het PMD) te gooien. Maar je weet: een composteerbaar bakje bij het PMD leidt tot verstoringen bij kunststofrecyclers. Dit moeten we dus niet hebben. De burger moet niet in verwarring gebracht worden, want confusion is pollution.

Daarnaast moet er sprake zijn van een co-benefit. Dit houdt in dat er bijkomende voordelen zijn bij het gebruik van het materiaal. ‘Waarom zou je een composteerbare verpakking in een compostering willen hebben?’, vraagt Brethouwer. ‘Dit is alleen effectief als er een co-benefit is. Het gaat namelijk niet om de verpakking; het gaat om de inhoud. Wanneer is een composteerbare verpakking zinvol? Als er iets van gft-afval in zit’. Een voorbeeld hiervan is het inzamelzakje voor het gft. Volgens Vereniging Afvalbedrijven is dat de enige uitzondering op de regel. Verpakkingen voor etenswaren vallen daar niet onder. ‘Een composteerbaar bakje voor vlees heeft geen co-benefit. Als je de kip op eet, laten we dat allereerst hopen, eindig je met een leeg bakje. Het is een zinloze exercitie want het voegt niks toe aan de compostering. Daarom zou zo’n vleesbakje veel beter van biobased materiaal gemaakt kunnen worden, en dat het recyclebaar is. Dan draagt het bij aan een circulaire economie.’

Is het dan alleen maar slecht?

Volgens Harmen Spek moeten we vooropstellen dat het een uitkomst zou kunnen zijn voor de toekomst. ‘We zijn natuurlijk al heel lang bezig met de verwerking van petrochemisch plastic, en de tijd dat bio-afbreekbare plastics er zijn is nog maar heel kort. We staan dus nog echt aan het begin. Dit betekent dat er in de toekomst wel heel efficiënte oplossingen geboden kunnen worden.’ Hij stelt bovendien dat het feit dat composteerders en kunststofrecyclers er nu niets mee aan kunnen, geen reden moet zijn om het materiaal in zijn geheel weg te zetten als slecht. ‘De stroom van plastic afval is al heel complex, dus ik snap wel dat afvalverwerkers het niet willen hebben. Maar het zou niet de reden mogen zijn om bio-afbreekbaar plastic compleet uit te bannen. Als het namelijk ooit een oplossing kan bieden voor de toekomst, dan moeten afvalverwerkers daarop voorbereid zijn, zodat het wel kan.’

Patrick Gerritsen, directeur van bioplastic-fabrikant Bio4Pack, is een stuk stelliger in zijn opvatting. Hij vindt de kritiek op zijn bio-afbreekbare plastic onbegrijpelijk: ‘Ik vind het echt raar. Als je bezig bent met een transitie naar minder CO2 en plastic, dan moet je daar ook de maatregelen voor nemen.’ Eén van die maatregelen is volgens hem het toestaan van bio-afbreekbaar plastic bij het gft-afval. ‘En dat is nog een heel gevecht kan ik je zeggen.’ Gerritsen wil aantonen dat zijn producten wel binnen de gestelde tijd composteren: ‘En dat PLA ontzettend goed te recyclen is.’

‘Recycling is downcycling’

PLA, wat staat voor polymelkzuur, het biologisch afbreekbare plastic dat Gerritsen in zijn producten gebruikt, is volgens hem heel goed te scheiden van andere plasticsoorten zoals PET, PE en PP. ‘Het is als enige product te recyclen tot zijn monomeer (een enkele soort plastic, red.) waardoor je het uitstekend kunt recyclen.’ Dit terwijl de huidige vorm van recycling volgens Gerritsen alleen maar downcycling is: ‘Het gerecyclede materiaal komt niet terug als verpakking, maar als straatpaaltje, stoel of speelgoed. Dit is natuurlijk goed, maar we produceren zoveel afval dat slechts 15 procent daadwerkelijk wordt gebruikt voor recyclen.’

Een eenduidige boodschap

De kritiek vanuit composteerbedrijven gaat echter voornamelijk over de verwarring die ontstaat bij het weggooien van bio-afbreekbaar plastic. Gerritsen kan niet ontkennen dat daar onduidelijkheid over is. ‘De overheid, aanbieders en recyclers moeten één duidelijk standpunt innemen. Nu is het voor consumenten te verwarrend.’ De composteerbare plastics zijn overigens niet de enige verpakkingen die hier last van hebben, meent de directeur. ‘Bij de papierverwerking zitten ze met dezelfde onduidelijkheid. Hagelslagpakken hebben bijvoorbeeld een (plastic)coating, een pak vlokken niet. Hierdoor kan de één in de papierbak, en moet de andere bij het restafval. Die onduidelijkheid wordt veroorzaakt door de overheid en de afvalverwerking.’

Volgens Tim Brethouwer is dit onzin. ‘Het gaat om de keten’, stelt hij. ‘Design for recycling. Aan de voorkant moet je al gaan nadenken wat er gebeurt met het product bij de afvalfase. Dit vergeten producenten. Hierdoor wordt het onnodig lastig gemaakt voor afvalverwerkers. Hierdoor zijn we nu met damage-control bezig, en zijn we in gesprek gegaan met producenten zodat zij gaan nadenken over het materiaal wat ze aan het maken zijn.’

De weerstand van bioplastic-fabrikanten vindt Brethouwer overigens heel begrijpelijk. ‘Producenten moeten nu diep slikken, omdat ze hun hele businessmodel omver zien vallen. Je wilt als producent van composteerbare plastics je product blijven verkopen, dus die zullen zich met hand en tand blijven verdedigen. Dat is het dilemma van dit moment. We wachten allemaal op het moment dat de Nederlandse overheid zegt: zo gaan we het doen, we gaan voor biobased recyclebaar plastic en alleen nog voor composteerbare gft-inzamelzakjes en enkele andere nuttige toepassingen. En de verwachting is dat dit ook op korte termijn doorgevoerd wordt door de overheid.’

LAP3 Sectorplan 6

Met het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) van Rijkswaterstaat als leidraad, moet dit op termijn helder gaan worden. In de sectorplannen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is het beleid uitgewerkt voor verschillende afvalstromen. In sectorplan 6, “Gescheiden ingezameld/afgegeven groente-, fruit- en tuinafval van huishoudens (gft)”, is een lijst opgesteld met stromen die wel of niet onder gft vallen en dus wel of niet geschikt zijn om in gft-installaties tot goede compost te worden verwerkt. Onder de tabel ‘Behoort niet tot gft-afval’, staat het volgende: “Plastic zoals folie, zakken en pedaalemmerzakken, ook wanneer voorzien van een kiemplantlogo (tenzij het zakken betreft die gebruikt zijn bij de gft-inzameling)”. Het is nu al geschaard onder de Niet-categorie, maar nu moeten wij, de burgers het ook gaan begrijpen. Dit kan alleen als er duidelijke maatregelen worden getroffen.

Het onderzoek naar microplastics van NHNieuws-verslaggever Joost Lammers heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Op 28 maart 2020 vindt namelijk weer de Landelijke Compostdag plaats, en zal er in verschillende gemeenten opnieuw compost worden uitgedeeld. Kamerleden vragen zich af of dat compost nog wel veilig gebruikt kan worden en willen dat minister Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen) maatregelen neemt. Volgens de Kamerleden moet de minister voor die tijd duidelijkheid geven of gemeenten dat wel of niet moeten doen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is in opdracht van het ministerie nog bezig met onderzoek. Als het RIVM zegt dat het potentieel gevaarlijk is en er norm moet komen, dan gaan we daar natuurlijk mee aan de slag, belooft Van Veldhoven.

The waiting game

De transitie naar een circulaire economie, met koplopers, volgers en remmers, maken het verhaal lastig. Maar ook deze pionnen lopen door elkaar heen. Waar Patrick Gerritsen, directeur van Bio4Pack, voorheen fel voorstander was van het composteren van bio-afbreekbaar plastic, is zelfs hij overstag gegaan. In een mail zegt hij het volgende: “Ondanks dat PLA zeer goed te composteren is, gaat ook onze voorkeur uit naar mechanische recycling van bio-afbreekbaar plastic. Bio4Pack is voor het composteren van verpakkingen welke bijdragen tot meer gft-afval en welke zijn gecertificeerd volgens de EN 13432.”

De verschillende partijen lijken dichterbij elkaar te zijn gekomen. En dat is goed ook. Maar voor het definitieve oordeel is de overheid nu aan zet. Over enkele maanden moet duidelijk worden welk beleid gevoerd wordt tegen bio-afbreekbaar plastic. Tot die tijd moeten we zelf actie ondernemen, en bewust worden van de grote mate aan misleiding die op de weg naar een duurzamere wereld aanwezig is. Dit om te voorkomen dat als we in de supermarkt staan, en een paprika zien in een verpakking met een groen logo erop, we gaan denken: ‘Het zal wel goed zijn’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top